Primair of back-upinternet: wat is het verschil?

Wit vlak.

Voorbeeldsituatie: bij een groothandel valt op maandagochtend het internet uit. Medewerkers kunnen geen orders openen en de online planning is niet bereikbaar. Er ligt een simkaart in een bureaulade, ooit besteld voor noodgevallen. Alleen weet niemand in welk apparaat die moet. Een medewerker zet zijn telefoon als hotspot aan, maar daarmee heeft het bedrijfsnetwerk nog geen verbinding. De reserve die geregeld leek, blijkt niet bruikbaar.

Primair internet is de verbinding die je bedrijf normaal gebruikt. Back-upinternet is een reserveverbinding waarop je kunt terugvallen bij problemen. Het verschil zit in de rol van de verbinding. Of die via een kabel of een mobiel netwerk loopt, is een aparte keuze.

Inhoudsopgave

Primair internet draagt je dagelijkse werk

Via je primaire internetverbinding gebruiken medewerkers bijvoorbeeld e-mail, online boekhouding, videobellen en andere bedrijfssoftware. Dit is de hoofdverbinding waarop je dagelijkse werkzaamheden steunen.

Die verbinding moet passen bij wat er op jouw locatie gebeurt. Een kantoor waar medewerkers vooral e-mailen en orders verwerken, gebruikt internet anders dan een bedrijf waar meerdere mensen tegelijk grote bestanden versturen. Ook telefoons, camera’s en andere apparaten kunnen internet nodig hebben.

Primair betekent niet automatisch vast internet. Een verbinding via 4G of 5G kan ook de hoofdverbinding zijn. Denk aan een projectkantoor zonder vaste aansluiting. Als medewerkers daar dagelijks via een mobiele router werken, is die mobiele verbinding het primaire internet. De geschiktheid hangt onder andere af van bereik, capaciteit en het abonnement.

Back-upinternet biedt een alternatief bij problemen

Een back-upverbinding geeft je bedrijf een andere route naar internet wanneer de hoofdverbinding uitvalt of onvoldoende bruikbaar is. Afhankelijk van de inrichting kun je daarmee verder werken met alle toepassingen of met een afgesproken selectie.

Je hoeft tijdens een storing niet altijd hetzelfde te kunnen als op een normale werkdag. Misschien moeten orderverwerking en e-mail doorgaan, terwijl grote uploads kunnen wachten. Voor een andere organisatie moeten juist alle medewerkers hun gebruikelijke werk kunnen voortzetten. Die keuze bepaalt wat de reserveverbinding moet aankunnen.

Ook back-upinternet kan via verschillende technieken lopen, waaronder een vaste of mobiele verbinding. Op de pagina over zakelijke back-upverbindingen lees je meer over de mogelijkheden. Een reserveverbinding belooft overigens geen ononderbroken werking: tijdens het omschakelen kan een onderbreking ontstaan.

Capaciteit: welk werk moet kunnen doorgaan?

Capaciteit is de hoeveelheid dataverkeer die een verbinding tegelijk aankan. Je merkt een tekort bijvoorbeeld wanneer bestanden traag laden of videobeelden haperen. Kijk daarom naar het gezamenlijke gebruik van medewerkers en apparaten.

Voor je hoofdverbinding beoordeel je het normale werk, inclusief drukke momenten. Voor je back-upverbinding begin je met de vraag welke werkzaamheden tijdens een storing voorrang hebben. Een reserve met minder capaciteit kan passen als je bepaalde activiteiten tijdelijk uitstelt. Dat moet wel vooraf duidelijk zijn.

Let ook op eventuele datalimieten. Een verbinding kan voldoende snelheid hebben, terwijl het abonnement maar een beperkte hoeveelheid data toestaat. Laat je beheerder beoordelen of de beschikbare capaciteit en databundel passen bij het verwachte gebruik tijdens een storing.

Beschikbaarheid: werkt de reserve als je die nodig hebt?

Beschikbaarheid gaat over de vraag of je een verbinding daadwerkelijk kunt gebruiken wanneer dat nodig is. Twee abonnementen geven op zichzelf nog geen zekerheid. Ze kunnen afhankelijk zijn van dezelfde apparatuur, stroomvoorziening of onderliggende infrastructuur.

Als beide verbindingen via één router lopen en die router defect raakt, kan ook de reserve onbereikbaar zijn. Bij stroomuitval hebben netwerkapparaten zonder noodstroom hetzelfde probleem. En twee verschillende aanbieders betekenen niet vanzelf dat de kabels via verschillende routes je pand binnenkomen.

Vraag daarom tegen welke storing de reserve bescherming biedt. Uitval van een internetlijn is iets anders dan een defect in je eigen netwerk. Een tweede internetverbinding herstelt bijvoorbeeld geen kapot wifipunt. Voor mobiel internet moet bovendien voldoende bereik en bruikbare capaciteit op de locatie aanwezig zijn.

Overschakelen kan handmatig of automatisch

Bij handmatig overschakelen moet iemand een afgesproken handeling uitvoeren. Denk aan het aansluiten van een reserveapparaat of het wijzigen van een instelling. Dat vraagt om duidelijke instructies en iemand die beschikbaar is wanneer de storing optreedt.

Bij automatisch overschakelen gebruikt geschikte netwerkapparatuur de reserveverbinding volgens vooraf ingestelde regels. Dit heet ook wel failover. Je beheerder moet die functie ondersteunen, instellen en testen. Alleen een tweede abonnement afsluiten activeert deze functie niet.

In beide gevallen kan het werk tijdelijk onderbreken. Een videogesprek kan wegvallen of een toepassing kan opnieuw verbinding moeten maken. Vraag dus wat medewerkers mogen verwachten en hoe zij merken dat het bedrijf op de reserveverbinding werkt.

Welke apparatuur heb je nodig?

Een router regelt het verkeer tussen je bedrijfsnetwerk en internet. Voor een ingerichte back-upoplossing moet de netwerkapparatuur met de gekozen hoofd- en reserveverbinding kunnen werken. Niet iedere bestaande router ondersteunt dat.

Bij mobiel internet zijn ook een geschikte mobiele modem of router en een actieve simkaart nodig. Soms zitten deze functies in één apparaat. De juiste opstelling hangt af van de aansluiting, het bereik en het bestaande netwerk. Laat daarbij controleren of de beveiliging en toegang tot bedrijfssoftware ook via de reserve goed blijven werken.

Praktijkinzicht: een tweede abonnement is nog geen uitwijkoplossing

Terug naar de voorbeeldsituatie bij de groothandel. De simkaart in de lade biedt pas een bruikbaar alternatief als geschikte apparatuur aanwezig is, het abonnement actief is en medewerkers via die verbinding bij hun orders kunnen. Ook moet duidelijk zijn wie omschakelt, of dat de apparatuur dit automatisch doet.

Een geplande test kan laten zien of orderverwerking en e-mail via de reserve werken. Zo ontdekt het bedrijf vooraf welke onderdelen nog ontbreken. Alleen controleren of een webpagina opent, zegt onvoldoende over het werk dat tijdens een storing moet doorgaan.

Controleer wat jouw bedrijf heeft geregeld

Vraag je beheerder welke verbinding je dagelijks gebruikt, welke reserve aanwezig is en hoe het omschakelen verloopt. Bespreek ook welke werkzaamheden op die reserve moeten doorgaan en wanneer dat voor het laatst is getest.

Kun je deze vragen nog niet beantwoorden? Begin dan met een overzicht van de bestaande inrichting. Daarmee zie je of je bedrijf een bruikbaar alternatief heeft wanneer de hoofdverbinding uitvalt.

Voorbereid op internetuitval

Weet je welke verbinding het overneemt bij een storing?

Vraag je beheerder welke hoofd- en reserveverbinding aanwezig zijn en hoe het omschakelen is geregeld. Controleer ook of de reserveverbinding is getest met de toepassingen die je dagelijks gebruikt.

Veelgestelde vragen

Ja. Primair beschrijft de rol van de verbinding. Als je bedrijf dagelijks via 4G of 5G werkt, is dat de hoofdverbinding. Bereik, capaciteit en abonnementsvoorwaarden moeten bij het gebruik passen.

Een hotspot kan tijdelijk een laptop verbinden. Daarmee werkt niet automatisch het hele bedrijfsnetwerk. Controleer welke apparaten en toepassingen toegang nodig hebben en welke beveiligingsafspraken gelden.

Dat hangt af van het werk dat moet doorgaan. Minder capaciteit kan passen als bepaalde activiteiten mogen wachten. Moet iedereen normaal doorwerken, dan moet de reserve dat gebruik aankunnen.

Niet als de oorzaak bij de softwaredienst zelf ligt. Een andere internetverbinding herstelt die dienst niet. Laat je beheerder eerst vaststellen waar het probleem zit.